collectie

1851-1900

Een groot deel van de Gentse collectie beslaat de (tweede helft van de) 19de eeuw. Naturalisten en realisten streven op dat moment naar een bijna wetenschappelijk objectieve weergave van de werkelijkheid. Dat wordt bij sommigen als het ware een lofzang op wat je als mens met je zintuigen kon waarnemen.

Andere schilders wendden zich daarentegen af van de banale, alledaagse wereld en leggen hun ziel in hun kunst, die hun hoogstpersoonlijke houding tegenover de buitenwereld moet tonen. Landschappen zijn bij hen niet langer weergaven, maar projecties; het zijn landschappen van de ziel. Vandaar dat menselijke figuren bijvoorbeeld vaak ontbreken, of dat landschappen een besloten indruk krijgen. Deze schilders behoren tot de symbolisten. Voor hen moet kunst het oppervlakkige, het zichtbare overstijgen. Ze passen daartoe onder meer hun technieken aan en werken vaak met potlood, krijt, pastel of aquarel.