collectie
150,6 cm x 120,8 cm
1979-J

De ellende van landverhuizers en bedelaars was het thema bij uitstek van Eugène Laermans. Ook in zijn andere landelijke thema’s heerst meestal een zwaarmoedige sfeer. In zijn visie krijgt zelfs een luchtig tafereel met baadsters een ernstig, bijna ritueel karakter. Door hun massieve vormen en het gebruik van zware contouren verheft de kunstenaar zijn personages als het ware tot archetypes. Laermans maakte verscheidene versies van De Baadsters; twee ervan zijn in de breedte uitgewerkt. Oorspronkelijk was ook dit schilderij opgevat als een compositie in de breedte: aan de rechterzijkant van het schilderij is onderaan nog een overschilderde rug van een zittende figuur te zien die daarop wijst. In het Gentse doek ligt de nadruk op de monumentaliteit van de figuren, het landschap speelt slechts een geringe rol. De naakte vrouw op de rug gezien is ontleend aan een schilderij van Jacob Jordaens, De allegorie van de vruchtbaarheid (KMSKB, Brussel).