Théodore Géricault, Portret van de kleptomaan, , ca. 1820

In 1908 verwierven De Vrienden van het Museum voor Schone Kunsten Gent op een Parijse veiling voor een mooie prijs een schilderij van Théodore Géricault (1791-1824) met als titel ‘De waanzinnige moordenaar’. Bij deze gelegenheid vroeg de lokale pers zich af wie er zo gek zou zijn om in zijn woonkamer het portret van een moordenaar op te hangen! Het portret – dat eigenlijk dat van een kleptomaan was – maakte samen met onder andere ‘de ijverzuchtige’ uit het Musée des Beaux-Arts de Lyon en de ‘kinderdief’ uit het Museum of Fine Arts in Springfield Massachusetts, deel uit van een reeks portretten van geestesgestoorden die door Géricault in het hospitaal la Salpêtrière in Parijs geschilderd waren.

lees meer

Door deze reeks portretten en door zijn meesterwerk ‘Het vlot van de Medusa’, kreeg Géricault snel naam als de schilder van de gruwel, van de pijn, van de waanzin en van de dood. De tentoonstelling in het Museum voor Schone Kunsten Gent toonde door middel van schilderijen, tekeningen, prenten en documenten een andere benadering van deze door de realiteit en alle aspecten van de menselijke natuur begeesterde kunstenaar.

Door een vrijwillig streven naar een dagelijks bestaan, soms gelukkig, maar in een tijdsgewricht dat ten prooi was aan de stuiptrekkingen van de geschiedenis dikwijls ook gewelddadig of dodelijk, tracht Géricault de mens in al zijn facetten te ontraadselen. Hierbij legt hij getuigenis af van een diepe empathie voor zijn modellen, van wie het gelaat de littekens van het leven draagt. Door het verdriet maar ook de hartstochten van zijn tijdgenoten vol mededogen te willen delen, raakt hij uitgeput en vernietigt hij zichzelf.

Werken van andere kunstenaars zoals Füssli, Goya, Delacroix en Menzel laten ons toe om de context waarin Géricault werkte beter te begrijpen.