Belgische Schone

Tijdens de zomer van 2015 liet het MSK een ruime selectie uit de collectie moderne Belgische kunst eenmalig naar het Singer Museum in Laren (NL) reizen. De tentoonstelling verzamelde tientallen hoogtepunten uit de verzameling, van James Ensor, Emile Claus, Fernand Khnopff, Théo Van Rysselberghe en Léon Spilliaert tot Jean Brusselmans, Constant Permeke, Frits Van den Berghe en René Magritte. Het doel was om de Belgische kunst uit de periode 1880-1940 te situeren in de internationale – vooral Nederlandse – context uit dezelfde periode, waarbij de specificiteit van Belgische kunst in een breder perspectief van raakpunten en wisselwerkingen werd geplaatst.

De kern in de tentoonstelling werd gevormd door de twee historische kunstenaarsgroepen in Sint-Martens-Latem in de periode 1900-1925 en de intrigerende parallellie met Laren dat in die jaren evenzeer een kunstenaarskolonie was.

De aantrekkingskracht die het rurale Laren op de steedse Amsterdammers had, is immers sterk vergelijkbaar met deze van het toenmalige dorp Sint-Martens-Latem op voornamelijk Gentse kunstenaars. Wat hen onder meer verbond was een vergelijkbare zoektocht naar authenticiteit en eenvoud, en de drang om zich onder te dompelen in een andere cultuur en een alternatieve leefwijze, of nog: door zich een onbekend levensritme eigen te maken dat gestoeld is op de eeuwige cyclus van de seizoenen.

Hoewel Sint-Martens-Latem en Laren ondertussen een exclusief en residentieel karakter hebben gekregen, bleven beide dorpen tot een stuk in de twintigste eeuw het karakter van een alternatieve gemeenschap behouden, een hippie-gemeenschap avant la lettre.