Erich Heckel, De Augustijnenrei in Brugge in de ochtend, ca. 1917

Drie dossiertentoonstellingen onderzochten in 2012 en 2013 diverse aspecten van de collectie. De tentoonstellingen gingen respectievelijk dieper in op het metier van de kunstenaar door de ogen van het model, op het oeuvre van één van de Gentse schilders uit de collectie, en op de totstandkoming van de museumcollectie door de nauwe banden met schenkers en verzamelaars.

lees meer

Driemaal duiken in de collectie
De eerste tentoonstelling werd gewijd aan de Antwerpse 17de-eeuwse kunstenaar Abraham Grapheus, die de geschiedenis is ingegaan als model voor schilderijen van onder meer Jacob Jordaens.

De tweede tentoonstelling bracht een ode aan Théo van Rysselberghe, die 150 jaar geleden in Gent werd geboren. Naast De lezing door Emile Verhaeren bezit het museum tal van schilderijen, tekeningen, grafiek en boeken die toen voor het eerst samen werden getoond.

In ‘De kunst van het schenken’, tenslotte, werd de rol onderzocht die schenkingen en legaten hadden gespeeld in de collectiegeschiedenis van het museum. Kunstwerken van Jheronimus Bosch, Frans Hals, Erich Heckel, Peter Paul Rubens, Jacopo Tintoretto, George Minne en Anthony van Dyck die in het verre en recente verleden werden geschonken, bepalen (bepaalden?) immers in belangrijke mate de internationale uitstraling van het museum.