collectie

1500-1600

De 16de eeuw is in de Nederlanden een onrustige tijd, getekend door godsdiensttwisten en politieke conflicten. De rooms-katholieke Kerk wordt in het defensief gedrongen en reageert tegen het einde van de eeuw met een tegenoffensief, waarin barokke kunst een belangrijke propagandistische rol speelt. Geleidelijk aan wordt Antwerpen de belangrijkste stad van de Zuidelijke Nederlanden.

In de kunst vinden een aantal belangrijke evoluties plaats. Behoorlijk wat schilders verblijven een tijd in Italië, waar ze onder de indruk komen van de Renaissance, met haar aandacht voor naaktstudies – de mens staat centraal! – en de weergave van de perspectief. Profane onderwerpen krijgen een belangrijke plaats in de kunst, waaronder dan nog liefst de zogeheten historiestukken met scènes uit de bijbel, de mythologie en de geschiedenis. Daarop volgen de figuurstukken: scènes uit het dagelijkse leven met een moraliserende boodschap. Lagere genres zijn het landschap, stillevens, bloemstukken, portretten.

Schilders worden in de eerste plaats beoordeeld op hun inventiviteit en dus op hun intellect. Ze beginnen te specialiseren, bijvoorbeeld in het schilderen van landschappen, van dieren e.d. Dikwijls werken ze samen aan één schilderij.