'Perle fine' van Oscar Jespers is niet alleen een beeld van zeldzaam artistiek niveau, maar is ook vanuit cultuurhistorisch perspectief interessant. Het was immers de Vlaamsgezinde advocaat René Victor die het beeld aankocht. Zo getuigt het van de merkwaardige relatie tussen de artistieke avant-garde en het flamingantisme in de jaren twintig.

Oscar Jespers, Perle fine, 1925 (© Benjamin De Vuyst)
Oscar Jespers, Perle fine, 1925 (© Benjamin De Vuyst)

Dat Oscar Jespers (Borgerhout 1887 – Brussel 1970) 'Perle fine' zelf als een van zijn meest voldragen sculpturen beschouwde, blijkt uit het feit dat het beeld op quasi alle grote tentoonstellingen waar hij aan deelnam stond opgesteld. Samen met 'De kapmantel' (1922; verz. KMSKA) en 'De jongleur' (1923; verz. MSK) vormt 'Perle fine' in zijn naar abstractie strevende oeuvre uit de vroege jaren twintig een hoogtepunt. Na deze oorspronkelijke marmeren versie maakte hij nog gelijkaardige sculpturen in onder meer wit geglazuurde keramiek en gips.

Samen met zijn jongere broer Floris en met Paul Joostens behoorde Oscar Jespers tot 'De Bond Zonder Verzegeld Papier', de avant-gardekring rond Paul van Ostaijen. Zo verzorgde Jespers onder meer de vormgeving van Van Ostaijens bekende bundel Bezette Stad (1918/21), en ontwierp hij het monument op diens graf op het Antwerpse Schoonselhof. Wanneer Jespers in 1927 naar Brussel verhuist, ontwerpt archtitect Victor Bourgeois voor hem een huis met atelier.

Hoewel er over het ontstaan van het beeld niet veel geweten is, kan 'Perle fine' op basis van stilistische kenmerken gesitueerd worden na de periode waarin Jespers de mogelijkheden van het kubisme verkende. Zo vormt het een van de eerste meesterwerken van de modernistische sculptuur in België. Geïnspireerd door Brancusi combineert Jespers in 'Perle fine' een radicaal formalisme met een zeer bekoorlijk raffinement.

Opvallend aan 'Perle fine' is dat de onderdelen van het gelaat – zoals de neus, de lippen of de oogleden – zeer eenvoudig worden weergegeven en zich amper verheffen uit het oppervlak. Daardoor blijft de vloeiende welving van de steen behouden. Langs voren is het gelaat een ovaal die naar onderen toe spits eindigt, rustend op het bovengedeelte van de hals. Doordat het gelaat nagenoeg ononderbroken overvloeit in een heel eenvoudige, strakke haarwrong lijkt het beeld in zijaanzicht een driehoek. Toch voelt het eerder organisch aan.

Ondanks haar eenvoud intrigeert deze gestileerde voorstelling van een vrouwenhoofd mateloos. Wellicht heeft dit onder meer te maken met de licht asymmetrische plaatsing van de mond en kin, maar ook met de platte neus, de smalle ogen en het strak naar achter getrokken haar. Die verlenen de sculptuur een exotisch, Oosters maar ook enigszins archaïsch karakter. De bescheiden gelaatstrekken zorgen dat abstractie en figuratie elkaar in evenwicht houden.

In eerste instantie kocht verzamelaar René Victor het beeld van de kunstenaar. Naar verluidt dankt het haar titel ook aan een atelierbezoek van Victor. Toen hij het opmerkte, zei hij dat is echt een perle fine, wellicht verwijzend naar de zuivere parelvorm van het hoofd. In die zin vertelt het beeld ook iets over de merkwaardige alliantie van de artistieke avant-garde met het flamingantisme in de jaren twintig. Want Victor stond bekend als Vlaamsgezind advocaat en hoogleraar staatsrecht aan de ULB. Niet voor niets was hij bevriend met Van Ostaijen en de gebroeders Jespers.

Het beeld werd nu aangekocht door het Erfgoedfonds van de Koning Boudewijnstichting en wordt in langdurige bruikleen gegeven aan het Antwerpse KMSKA. Aangezien Jespers ongetwijfeld de belangrijkste Belgische beeldhouwer van de twintigste eeuw is, mag zijn werk niet ontbreken in de collectiepresentatie die het museum voor haar heropening voorbereidt. Daarin zal de kunst van de avant-garde en in het bijzonder de nog onvoldoende gewaardeerde Belgische beeldhouwkunst een belangrijke plaats krijgen.

In afwachting van de opening van het nieuwe KMKSA, zal 'Perle fine' een bijzondere aanvulling vormen op een eerder beperkt, maar bijzonder betekenisvol ensemble kunstwerken dat in het Gentse MSK deel uitmaakt van de permanente collectiepresentatie. Dit ensemble is een treffende illustratie van een te weinig bekende generatie modernisten die tijdens en voornamelijk kort na de Eerste Wereldoorlog gedurende enkele jaren een sterk abstraherende tendens aanhingen. Zonder in België onmiddellijke verdedigers in officiële kunstkringen en in het galeriewezen, onderscheidden deze kunstenaars zich volop in internationaal perspectief.

Gepubliceerd op 06.09.18