collectie
olieverfschilderij: 63,7 cm x 51,5 cm
2000-D

Na zijn opleiding in westerse schilderkunst in Tokio, reisde de Japanse kunstenaar Torajiro Kojima in 1908 met de steun van de familie Ohara naar Parijs om er zijn opleiding verder te zetten. Een jaar later schreef hij zich in aan de Gentse academie, waar hij via de directeur Jean Delvin in contact kwam met diens vriend Emile Claus. Tot 1912 verbleef Kojima in Europa, maar ook na de Eerste Wereldoorlog keerde hij er herhaaldelijk terug. In opdracht van Magosaburo Ohara reisde hij toen door Europa om Westerse kunst aan te kopen, onder meer werk van Claude Monet, Henri Matisse, Henri Marquet, Auguste Rodin maar ook van Claus en Delvin. Deze aankopen vormden de kern van de verzameling Westerse kunst in het Ohara Museum of Art in Kurashiki, geopend in 1929. Als schilder onderging Kojima verschillende Europese invloeden. Naast het impressionisme werd hij ook door het fauvisme beïnvloed, zoals blijkt uit dit Zelfportret.