collectie
gouache: 76,5 cm x 55,5 cm
2004-H

Tijdens de jaren 1920 verwerkte Gustave Van de Woestyne de invloeden van het kubisme en het expressionisme tot een persoonlijk compromis. De schriftuur van de kunstenaar wordt bepaald door een uitgesproken zin voor synthese waarbij vormen sterk vereenvoudigen en de deformatie niet geschuwd wordt. Hierdoor is zijn werk uit de naoorlogse periode verwant met het neorealisme en de Neue Sachlichkeit in Duitsland. Zijn werk behoudt echter een meditatief karakter, vol symboliek en verwondering, en verraadt rond 1930 zelfs surrealistische intenties. In de hier getoonde schilderijen bracht van de Woestyne elementen uit het alledaagse burgerlijke bestaan samen. Als techniek gebruikt hij de gouache, die in het modernisme van de jaren 1920 bijzonder geliefd was.