collectie
49,8 cm x 65,2 cm
1954-O

Tussen 1907 en november 1908 bracht Léon Spilliaert zichzelf meermaals in beeld. In de voorstellingswijze is er een duidelijke compositorische evolutie. In eerste portretten uit 1907, zoals dit Silhouet van de schilder, plaatste Spilliaert zich tegen een neutrale achtergrond. De grote kracht van dit werk bestaat erin dat we een figuur in tegenlicht zien, wat een scherp contrast vormt met het felle, zomerse zonlicht buiten. Ook James Ensor en Edvard Munch pasten dit procédé toe. De decorelementen zijn vermoedelijk later toegevoegd: de fijne vitrage, het raamsmeedwerk, de console en de stoel in acajou. Deze elementen krijgen een subtiele kleuraanduiding door het gebruik van blauw, rood en groen kleurpotlood. Bij de latere portretten die Spilliaert van zichzelf maakte, hanteerde de kunstenaar de spiegel als structuurelement.