collectie
37,4 cm x 45,4 cm
2011-GP

De baden in Oostende is kenmerkend voor een groep van schilderijen die Ensor tussen 1889 en 1893-1894 op kleine paneeltjes maakte. In deze werken schilderde Ensor op een zeer grafische manier, terwijl zijn tekeningen op papier uit dezelfde periode kleine schilderijtjes lijken te zijn. Ook De baden in Oostende heeft het karakter van een geschilderde tekening, uitgewerkt in de nonchalante en improviserende werkwijze die hem eigen was. Het werk heeft een bijzondere artistieke waarde, onder meer door het effect van de preparatielaag die Ensor liet meespelen in de voorstelling van het populaire tijdverdrijf van mondaine badgasten. Het is een sprankelende, satirische en treffende schets van de fin de siècle gekte in de belangrijkste Belgische kuststad omstreeks 1900. Links zijn strandcabines te zien die met een paard tot aan het water werden getrokken, waarna de doorgaans voorname dames en heren zich in het water konden begeven en – door de ogen van Ensor – als baders meteen al hun waardigheid verloren. Het massaspektakel wordt aandachtig gadegeslagen door een publiek van alle rangen en standen, dat zich op het strand en ook op de cabines bevindt. Enkele toeschouwers hebben zelfs een verrekijker bij zich om zich beter te vergewissen van de details. Op één cabine heeft een fotograaf postgevat, wellicht een verwijzing van Ensor naar eigentijdse foto’s en postkaarten die Oostendse badgasten in beeld brachten. Het werk wordt als een van de publiekslievelingen binnen het oeuvre van de kunstenaar beschouwd. Van de voorstelling bestaat ook een ets uit 1899, eveneens in het Museum voor Schone Kunsten Gent, die merkwaardigerwijze geen spiegelbeeld toont. Het schilderij werd opgenomen in de Topstukkenlijst van kunstwerken die de Vlaamse Gemeenschap bij decreet beschermt, onder meer om te voorkomen dat ze ongemerkt het land verlaten. Het werd in 2011 door de Vlaamse Gemeenschap verworven en in bruikleen gegeven aan het MSK.