In welke mate percipieerden richtinggevende kunstenaars in de periode tussen het einde van het ancien regime en het begin van de Eerste Wereldoorlog het werk van de gebroeders Hubert (ca. 1366/70-1426) en Jan van Eyck (ca. 1390-1441)? Hoe stelden 19e-eeuwse kunstenaars het werk van de Van Eycks in relatie tot hun eigen activiteiten, en hoe verhielden progressieve artiesten in binnen- en buitenland zich daarbij tot elkaar? Met deze vragen als uitgangspunt geeft Johan De Smet een caleidoscopisch overzicht van wisselende en evoluerende waardeoordelen in de periode tussen 1789 en 1914, tegen de achtergrond van een – in vergelijking tot de eeuwen die eraan voorafgaan – snel veranderende kunstscène, van het neoclassicisme tot de uitlopers van het symbolisme circa 1900.

Dr. Johan De Smet is hoofd tentoonstellingen in het MSK Gent en gespecialiseerd in Europese beeldende kunst uit de periode 1789-1940. Hij is auteur van diverse overzichtswerken en artikels over deze periode, en werkte mee aan verschillende tentoonstellingen in en buiten het MSK. 

Hij is projectcoördinator van de tentoonstelling ‘Van Eyck: Een Optische Revolutie’.

Gustave Van de Woestyne, Boer of Avond, 1910, MSK Gent
Gustave Van de Woestyne, Boer of Avond, 1910, MSK Gent