Recent concludeerden diverse wetenschappers dat Jan van Eyck diepgaande kennis had van laatmiddeleeuwse optica. Deze kennis, in combinatie met een ongeëvenaard observatievermogen en technische virtuositeit resulteerde in Van Eycks revolutionaire, naturalistische schilderkunst die ten dienste stond van het theologische concept van Imago Dei. Voor de laatmiddeleeuwse mens gold Imago Die of het zien van God in de eigen ziel als de ultieme beloning voor het Laatste Oordeel, wanneer de uitverkoren ziel uiteindelijk werd herenigd met God in de hemel. Het naturalistische Lam Gods met zijn uitgebreid theologisch programma van de Christelijke Verlossing functioneerde hierbij als visueel hulpmiddel.

In de zestiende eeuw stelde men echter de functionaliteit van dergelijke devotionele schilderijen met een naturalistisch stijl als hulpmiddel om het christelijk doel van Imago Dei in te lossen in vraag. Schilders moesten op zoek naar nieuwe manieren om religieuze figuren af te beelden omdat de Eyckiaanse, naturalistische stijl als te sensueel werd beschouwd. Niet iedere zestiende-eeuwse schilder zag echter een oplossing in het aanpassen van het naturalistische idioom in de schilderkunst. Een andere oplossing voor de problematiek werd aangereikt door de Gentse schilder-dichter Lucas d’Heere (1534-1584) in zijn Ode aan het Lam Gods (1565, Den hof en boomgaerd der poësien). Dit wordt tegelijkertijd beschouwd als de eerste vorm van kunsttheorie in onze contreien.

Deze lezing komt voort uit het onderzoek van Astrid Harth en Frederica Van Dam naar de perceptie van Jan van Eyck in de 16de eeuw. Hun essay verschijnt in het tentoonstellingsboek Van Eyck. Een optische revolutie.

 

Astrid Harth studeerde Kunstwetenschappen aan de Universiteit van Gent (2011) en Conservatie-restauratie aan de Universiteit Antwerpen (2015). Van 2015 tot 2019 doctoreerde ze aan de vakgroep Kunstwetenschappen van de Universiteit Gent (Research Foundation – Flanders). In 2019 ontving ze de Chester Dale-beurs van het Metropolitan Museum of Art (NYC) om haar doctoraat af te ronden. Haar onderzoek behandelt de kopieerpraktijken van zestiende-eeuwse Nederlandse meesters.

Frederica Van Dam studeerde Kunstwetenschappen aan de Universiteit Gent (2008). Na haar studies was ze actief als wetenschappelijk medewerker bij het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK-IRPA) en werkte onder meer mee aan het ‘Topstukken Vlaanderen’-project dat de conditie van meesterwerken in Vlaamse kerken en kloosters in kaart bracht. Daarnaast werkte ze mee aan de voorbereidende fase van de restauratie van het Lam Gods. In 2011 startte ze haar doctoraatsonderzoek aan de Universiteit Gent (Research Foundation – Flanders) aan de vakgroep Kunstwetenschappen. In 2016 verscheen haar peerreviewed boek over de Vlaamse schilder Lucas d’Heere (1534-1584), uitgegeven door de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren (Leuven University Press). Momenteel werkt ze in het Museum voor Schone Kunsten Gent (MSK) als inhoudelijk projectcoördinator van de tentoonstelling “Van Eyck. Een optische revolutie” (01.02.2020-30.04.2020).

Hubert en Jan Van Eyck, Aanbidding van het Lam Gods (detail…
Hubert en Jan Van Eyck, Aanbidding van het Lam Gods (detail), 1432, © Lukasweb.be - Art in Flanders VZW – foto KIK-IRPA