De Zweedse kunstenares Hilma af Klint (1862-1944) mag naast Mondriaan, Malevitsj en Kandinsky beschouwd worden als één van de pioniers van de Westerse abstractie. Het duurde erg lang voor zij in de geschiedenis van de abstracte kunst werd opgenomen. Hilm af Klint besliste immers zelf dat de realisaties uit haar abstracte periode pas twintig jaar na haar overlijden mochten publiek gemaakt worden. 

Ook het oeuvre van de Oostenrijkse kunstenares Ceija Stojka (1913-2013) werd met een grote historische vertraging bekend gemaakt. Als zigeunerkind overleefde ze drie concentratiekampen. Pas op latere leeftijd begon ze haar ervaringen zowel in autobiografische geschriften als in schilderijen te verwerken. In 2014, een jaar na haar overlijden, kreeg ze in Berlijn een belangrijke retrospectieve.

Beide kunstenaars worden in het museum voorgesteld door personen die bij de ontsluiting van hun werk nauw betrokken waren: Johan af Klint, een achterneef van de kunstenares en Iris Müller-Westermann, directeur van het Moderna Museet in Malmö en curator van de Hilma af Klint retrospectieve die in 2013 in Stockholm, Berlijn en Malaga werd voorgesteld. Karen Berger verzorgde de uitgaven van de autobiografische teksten van Ceija Stojka en maakte een documentaire over haar leven en werk.

Het gesprek vindt plaats in het kader van 'Minima Docta', een platform voor maatschappelijke discussie en documentaire cinema op initiatief van Luca School of Arts.
Dit evenement wordt georganiseerd in samenwerking met het MSK.

Jeroen Laureyns, docent van Luca School of Arts modereert het gesprek. 

 

Hilma af Klint, De tien grootste, nr.3, Jeugd, Groep 4, 1907
Hilma af Klint, De tien grootste, nr.3, Jeugd, Groep 4, 1907
Ceija Stojka, Zonder titel, 1995
Ceija Stojka, Zonder titel, 1995