Neoclassisme in België
Neoclassisme in België
Neoclassisme in België

Neoclassisme in België  intro

Vanaf de jaren 1750 scheerde het Europese enthousiasme voor de klassieke kunst van de Grieken en de Romeinen hoge toppen. Het was onder meer de tijd waarin Pompeji werd opgegraven en de Duitse archeoloog en kunsttheoreticus Johann Joachim Winckelmann zijn inzichten over de antieke kunst publiceerde. Onder invloed hiervan en in een reactie op de frivole rococo ontstond het neoclassicisme. Kenmerkend zijn: de aanwezigheid van antieke elementen (kleren, personages, architectuur, landschap, ...), de koele academische kleuren, het streven naar een exacte weergave en de evenwichtige composities. De stijl verspreidde zich vanuit Italië over Europa. Bij ons moest het neoclassicisme aanvankelijk met de barok concurreren. Na 1800 was de stijl spoedig over zijn hoogtepunt heen, maar met name aan vele kunstacademies bleef het de richting die onderwezen werd.

Neoclassisme in België  intro

Aan het begin van de 19de eeuw was het burgerlijke Gentse kunstmilieu, dat op Europees niveau stond, sterk op Parijs gericht. Het museum bezit dan ook talrijke voorbeelden van neoclassicistische schilderkunst uit België. De stijl had hier vele aanhangers, mede door de invloed van de Franse schilder Jacques-Louis David, die een tijd als balling in Brussel verbleef en heroïsche composities maakte. Vele Belgische schilders verbleven op hun beurt in Parijs en/of in Rome. Belangrijke internationale namen uit het neoclassicisme zijn, behalve David, zijn leerling Jean-Auguste-Dominique Ingres, William Blake, Johann Heinrich Füssli en de Amerikanen Benjamin West en John Singleton Copley. Vaak combineerden deze kunstenaars het neoclassicisme met romantische trekken. De romantiek trad vanaf 1800 immers steeds meer op de voorgrond.

Neoclassisme in België  intro

Het neoclassicisme is een academische stijl. Daar werd in de 19de eeuw door jonge generaties schilders tegen gereageerd, maar tegelijk bleef de koele esthetiek schilders van landschappen, stadsgezichten, huiselijke taferelen, ... beïnvloeden. Ze lijken nauwelijks af te wijken van het werk van hun 17de- en 18de-eeuwse voorgangers, op één belangrijk punt na: het streven naar een exacte weergave van de realiteit en naar een gedetailleerde afwerking, zoals de neoclassicistische normen dat voorschreven.